Natuurtuin 'De Veenmol'

Website is vormgegeven door Wellantcollege.

Natuurtuin in de media

Gouwe Koerier 18 maart 2015


AD 29 oktober 2014 Interview Natuurtuin en leerlingen


Gouwe Koerier 9 oktober 2014


AD 27 maart 2014 Opruimactie Wellantcollege Zwarte Pad


Artikel in IVN-blad afdeling Alphen (voorjaar 2014):

Boskoop gaat houden van De Veenmol

Zwarte aarde, kale natuurvriendelijke waterkanten, hier en daar een enkele struik, aan het eind van het terrein een onregelmatig rijtje van allerlei oudere bomen, een nieuw vierkant gebouw ergens halverwege. Veel moois is er nog niet aan af te zien. Het kost heel wat verbeelding om je voor te stellen dat hier op het terrein aan het Zwarte Pad in Boskoop over drie jaar een natuurtuin in al zijn jonge kracht zal prijken. Als je gaat praten met de bedenker van die tuin, de senior-biologieleraar Arie van der Schoor van het Wellantcollege, hoef je nauwelijks meer een beroep te doen op die verbeeldingskracht. Met aanstekelijk enthousiasme schetst hij aan de hand van een plattegrond heel beeldend hoe die tuin eruit gaat zien.

De Veenmol, zo gaat de natuurtuin heten. Een in Boskoop bepaald geen geliefd insect dat tot wel 8 centimeter lang kan worden en zich ondergronds verplaatst met op molspoten gelijkende voorpoten intussen etend van plantenwortels, want die zijn zijn dagelijkse kost. En daar zitten kwekers natuurlijk niet op te wachten, want die planten zijn hun middel van bestaan. De Veenmol van Arie, zo schat ik, zullen de kwekers en andere inwoners van Boskoop de komende jaren beslist in hun hart sluiten. Dat kan zomaar een paradijsje worden, samen met het door Hans van Dam onderhouden, aangrenzende heempad en de groenontwikkeling die is voorzien verderop aan datzelfde parallel aan de spoorlijn Alphen aan den Rijn – Gouda gelegen pad.

De nieuwe natuurtuin komt op de plaats van de oude kwekerij van het Wellantcollege die niet meer werd gebruikt. ,,Tegenwoordig gaan we de boer op om iets te bekijken’’, vertelt Arie (48). Die kwekerij was compleet verwaarloosd. Ongeveer halverwege het terrein van 165 meter bij 45 meter was een bijna ondoordringbaar bosje van allerlei bomen en struiken, maar vooral elzen, wilgen en bramen. Er omheen groeiden allerlei planten, natuurlijke en kweekvariëteiten door elkaar. Voor de doorsnee burger een rommeltje. Alleen vogels, insecten en kleine zoogdieren wisten het gebiedje op zijn waarde te schatten. Een spotvogelpaartje verdween uit een aan de overkant van de spoorweg gelegen parkje toen dat op de schop werd genomen en verkaste naar dat terreintje. ,,Die zal hier nu wel verdwijnen, ben ik bang, maar daar gaan we wel wat voor terug krijgen.’’

Arie kreeg van regiodirecteur Bert van Leeuwen van het Wellantcollege de opdracht om de vroegere kwekerij te herscheppen in een natuurtuin met erop het milieueducatief centrum van de school. Dat centrum, dat er al staat, zal niet alleen door de school worden gebruikt, maar in de toekomst ook door anderen geïnteresseerd in groen en milieu. ,,Dit jaar op een enkele uitzondering na nog niet, want ik heb het nog te druk met van alles en nog wat rondom de natuurtuin, maar in de toekomst wel. Ik zie bijvoorbeeld ook het IVN als een organisatie die hier voor bepaalde excursies of lezingen een mooi uitgangspunt zou kunnen vinden, samen met Hans van Dam en zijn heempad.’’ Zijn plan had Arie in een ommezien op papier. ,,Ik zag het helemaal voor me. Een heemtuin, dat kon ik er niet van maken, maar wel een beleef- en natuurtuin. Passend in het Boskoopse. In een weekeinde was ik klaar.’’ De naam kwam als in een droom. ,,Ik werd een keer ’s nachts wakker en ik dacht gelijk, De Veenmol, dat moet ‘m worden.’’

Lopen we aan de hand van Arie door de toekomstige tuin met op tafel voor ons de plattegrond. Puntsgewijs, want dat is makkelijkst. Stuiten we bij het begin (1) direct op het moerasgedeelte met in de gegraven plas boomstameilandjes waar watervogels hopelijk van zullen watertanden. Zeker als waterplantenkwekerij Aqua Sifra als sponsor heeft gezorgd voor een beplanting met inheemse water- en oeverplanten. Die ook komen bij de er tegenover gelegen (2) paddenpoel. Planten die volgend jaar padden- en kikkereiersnoeren kunnen dragen. Sponsoren uit het Boskoopse, zo leren we al virtueel wandelend, spelen in de opzet van de natuurtuin een grote rol. Niet alleen omdat daarmee de kosten van de tuin worden gedrukt, maar ook omdat de tuin eigenlijk wel mag laten zien wat de Boskoopse ondernemers zoal te bieden hebben. Waarbij de regie overigens wel ligt bij Arie als ontwerper van de, met nadruk, natuurtuin.

Bij 3 zien we die inbreng van het plaatselijk bedrijfsleven duidelijk terug: twee hoveniers mogen er hun visitekaartje afgeven in de vorm van een natuurlijke tuin. Die je zomaar bij je eigen woonhuis zou kunnen (laten) realiseren. Aangrenzend weer een natuurlijke waterpartij met natuurvriendelijke oevers en natuurlijke beplanting. Dan zijn we aangeland bij het milieueducatief centrum met er tegenover een verzamelplek (5) waar ook de fietsen kunnen worden gestald. Met uitzicht op (6) een wilde bloemenweide waarvoor het zaadmengsel is geleverd door Hemert en Co. ,,Een bijenmengsel, zo noem ik het, want we willen vooral een bijvriendelijke inrichting.’’  Een rijtje knotwilgen (7) en een hedera(klimop)scherm (8) vormen de begrenzing, waarbij de klimop een parkeerplaatsje aan de andere kant van de sloot afschermt. En het rijtje knotwilgen nog even op zich laat wachten omdat tot Arie’s verbazing een aantal in oktober in de grond gestoken knotwilgstaken niet zijn aangeslagen en bleken te zijn doodgegaan.

Kuieren we verder, langs nummer 9. ,,Een apart geval’’, zegt Arie. Nu ligt op die plek nog een stapel stenen (,,twee volle sjovelscheppen stenen van de oude school’’), straks staat daar een door een vrijwilliger gemetselde ruïnemuur waarbij hij kalkmortel gebruikt in plaats van metselspecie. Zodat muurvarens en andere door Verla Plant Boskoop geleverde muurplanten en –bloemen er kunnen wortelen. In de spleten zullen ook insecten en reptielen zich hopelijk thuisvoelen. Graafwespen en –bijen zullen hun plekje weten te vinden op de ommuurde zandheuvel (10) die er naast ligt. Ook op 11 komt een onregelmatig gevormde heuvel met daarin drie egeloverwinteringsonderkomens. Die moeten in het voorjaar goed bereikbaar zijn om schoon te maken. Arie: ,,Egels richten in hun winterverblijf een enorme zooi aan, als je die niet opruimt, zoeken ze het jaar daarop gewoon een ander stekkie.’’

Het hele gebied, 8, 9, 10 en 11, ziet Arie ook als een soort insectentuin met daarin een zoals hij dat noemt, ,,aanplant van bomen met een verhaal’’. Hierbij komt als sponsor de Botanische kwekerij Zwijnenberg jr. om de hoek kijken. Hij levert bijvoorbeeld notenbomen, zoethoutbomen,…. ,,Allemaal erg onbekend, maar nadat ik internet heb afgegraasd, kan ik over elke boom die er komt wel een verhaal van minstens een half uur houden. Spannend voor jong, maar ook voor oud’’, vertelt Arie met van pret glimmende ogen en een glimlach van oor tot oor terwijl we zitten in het nu dus al gerealiseerde milieueducatief centrum (12). Dat gebruikt gaat worden om allerlei examens af te nemen, maar ook om activiteiten in samenwerking met natuur- en milieuorganisaties als IVN op touw te zetten.

Insecten. Ze vormen een rode draad in het verhaal van Arie. Dat zien we direct achter het milieueducatief centrum in optima forma. Daar komt een riant insectenhotel (13), maar ook een imkerij met nu een paar korven maar op den duur, zo hoopt Arie, een echte bijenstal. Die kost echter zoveel dat het wachten is op een sponsor. In afwachting daarvan kan echter al een aardige voorzet worden gegeven en zullen de bijen, mede dankzij de medewerking van Ronald Roos volop nectar kunnen tanken van zowel natuur- als cultuurplanten. Een paar wandelpassen verder lonkt vervolgens de kruiden- en specerijentuin (14). De vorm van het vakkenplan van de kruiden- en specerijentuin is geënt op het uit 1650 daterende boek ‘Den Nederlandschen hovenier' met spannende planten om te ruiken als drop-, maggi- en anijsplant. Vooral voor kinderen interessant.

Naderen we langzaam het einde van de tuin. Met een takkentuin op nummer 15. Klinkt onvriendelijk, maar het wordt een tuin waar de lerares bloemschikken en –binden van het Wellant haar sierlijke takken kan oogsten. Sponsor voor deze tuin is Simon Hendriksen. Dan volgt op 16 de vlechtheg, een heel insectvriendelijk project, dat een nadere beschouwing op internet waard is. Wikipedia leert ons: ,,Een vlechtheg is een dichte haag van horizontaal en verticaal groeiende takken. Julius Caesar verwijst al naar de toenmalige vlechtheggen in Nederland. Ook komt de vlechtheg voor in het familiewapen van Piet Hein. In Nederland kwamen voor 1940 nog veel vlechtheggen voor. Na de Tweede Wereldoorlog is veel heg gerooid en deels vervangen door prikkeldraad. In onder meer het Maasheggengebied tussen Cuyk en Vierlingsbeek zijn flinke lengtes vlechtheggen met autochtone struiken bewaard gebleven.’’

De internetencyclopedie meldt verder nog dat voor het maken van een nieuwe vlechtheg de dikkere takken van jonge struiken tot op twee derde worden doorgesneden en horizontaal gebogen. Op de omgebogen tak groeien nieuwe scheuten. Na vier tot vijf jaar is er een voldoende stevige en dichte heg. Voor vlechtheggen worden meidoorn, sleedoorn en hazelaar eventueel samen met bramen of rozen, zoals berijpte viltroos , ruwe viltroos, hondsroos, schijnhondsroos, kale struweelroos en heggenroos gebruikt. Ook kunnen gele kornoelje, kamperfoelie, mispel, kardinaalsmuts, hulst, es en vuilboom worden gebruikt. Vlechtheggen zijn belangrijk voor vele diersoorten zoals de boomkikker, de grauwe klauwier, de uil en de das.

Langzamerhand is onze tocht aan het eind. Over hebben we nog 17, 18 en 19: een hoogstamboomgaard met twee rijtjes laagstamfruit. Een tamelijk groot stukje grond waar toch maar vijf bomen staan. ,,Je moet even bedenken hoe die bomen eruit zien als ze groot zijn. Dan hebben ze een kruin van 8 meter doorsnee. We hebben het dan over de Schone van Boskoop (appel, ook wel bekend als goudrenet), een kersen-, pruimen-, peren- en walnotenboom. Die boomgaard wordt deels begrensd door een takkenril die de leerlingen hebben gemaakt in januari. Een broeihoop voor ringslangen en twee composthopen zullen er ook te vinden zijn. Als laatste zien we dan een stuk van de oude kwekerij dat is blijven staan. Daarin komen soms cultuurplanten, soms wilde planten.

Ik ben inmiddels laaiend enthousiast. Ik wil met Arie de echte tuin in over een jaar of twee, drie. Of met een van de vrijwilligers die hij hoopt te vinden, want zo’n project als deze natuurtuin is natuurlijk niet te behappen voor één man, hoe enthousiast ook. Dus meld je aan bij het Wellantcollege, groene vingers zijn niet nodig, enthousiasme wel. Meld je aan bij Boskoop@wellant.nl. Van een ding kun je verzekerd zijn; je raakt actief betrokken bij wat in de zeer nabije toekomst de geliefdste Veenmol van Boskoop is!


AD 16 augustus 2013