Natuurtuin 'De Veenmol'

Website is vormgegeven door Wellantcollege.

20. Houtsingel / Houtwal.

Houtsingels en houtwallen (singels op een aarden wal) kwamen vroeger overal in het boerenland voor. Zij dienden als eigendomsafscheiding of veekering (doornstruiken!) en leveranciers van brand- en geriefhout. Van deze waardevolle lijnvormige landschapselementen is weinig meer over sinds de komst van het prikkeldraad en de schaalvergroting in de landbouw.

De oude functies van houtsingels zijn verloren gegaan, de allerbelangrijkste hebben ze echter behouden. Als ‘natuurlijke bruggen’ zijn ze onontbeerlijk in ons versnipperde landschap. Samen met hagen en sloten verbinden houtsingels, als lange linten, de bosjes, poelen, ruige hoekjes en hooilanden met elkaar.

Vogels, kleine zoogdieren en vele andere dieren gebruiken houtsingels niet alleen als schuil- en verblijfplaats maar bovenal als oriëntatie of dekking bij hun verplaatsingen.

Een houtsingel bestaat uit vele soorten struiken en enkele bomen. Tussen Sleedoorn en  Kamperfoelie staan boomsoorten als Es, Els, Inlandse Eik, Hazelaar en Zoete Kers. De bomen groeien niet volledig uit – door ze af te zagen blijven ze struikachtig. Spontaan vestigen zich besdragende soorten als Gelderse roos, Kardinaalsmuts, Vlier, Braam en wilde rozen. De zaden worden door vogels of muizen aangevoerd. Voor allerlei dieren is er altijd wel wat te vinden: nectar in bloemen, groen blad, zaden, noten of bessen. Onder de schors van oude bomen leven insecten die dienen als voedsel voor vogels, zoals boomkruiper en grote bonte specht. Ook grauwe vliegenvanger en koolmees zoeken er naar eten.