Natuurtuin 'De Veenmol'

Website is vormgegeven door Wellantcollege.

14. Bijenstal / Insectenhotel.

Bijenstal

Bijen en hommels zijn belangrijke insecten voor het bestuiven van planten die ons voedsel leveren. Behalve honingbijen zijn er allerlei wilde bijen die dat doen. Honingbijen leven in bijenkasten, zoals in deze bijenstal (realisatie oktober 2014).

Binnen 500 meter moeten er verschillende voedselplanten (met nectar en stuifmeel) staan zoals Dovenetel, Sneeuwklokjes, Wilgen, Seringen, Viooltjes, Bosbessen, Vuurdoorn, Tijm, Margriet, Lavendel, (Wilde) Marjolein, Sedum, Herfstasters, Vlinderstruiken, Parelbessen, Heideplanten en vele vlinderbloemigen zoals o.a. Klaversoorten, Brem en Heidebrem.

Honingbijen hebben stuifmeel en nectar nodig. Iedereen weet dat ze van nectar honing maken. Bijen zuigen de zoete nectar uit de bloemen. In de bijenkast braken ze het weer uit in de honingkast. De imker haalt de honing eruit. De bijen krijgen in ruil daarvoor suikerwater om van te leven.

Stuifmeel is het gekleurde poeder dat in veel bloemen van wilde planten, struiken en bomen zit en zijn de mannelijke geslachtscellen van een bloem dat wordt gemaakt in de helmhokjes van de helmknoppen van de meeldraden. In stuifmeel zitten voedingsstoffen voor bijen, zoals eiwitten en vitamines.

Op dit moment staan er twee bijenvolken op de Natuurtuin. Dit jaar zal er een bijenstal (= bijenhal) worden gebouwd. De gedachten gaan op dit moment uit naar een gebouw dat aansluit bij het uiterlijk van het natuur- en milieueducatief centrum. Hier is geld voor nodig en daar zijn we naar op zoek.


Insectenhotel

 De biodiversiteit is in gevaar. Biodiversiteit betekent de variatie aan verschillende soorten planten, insecten en dieren in een bepaald gebied. Hoe groter de variatie des te beter het is.

De natuurlijke woonplaats van vele insectensoorten wordt door veranderingen in hun omgeving bedreigd en een insectenhotel  is de manier om ze te helpen. Ook in een eenvoudige variant bij u in de tuin. Met een insectenhotel lok je insecten die nuttig kunnen zijn voor de bestuiving van bloemen. Ook eten sommigen bladluizen op. Dit insectenhotel biedt verschillende soorten insecten de kans om te nestelen te schuilen en om te overwinteren.

Wilde bijen nestelen vaak in een oud muurtje, oud hout of dode plantenstengels. In een heel netjes opgeruimde tuin vinden ze zoiets niet. Je kunt ze helpen door speciaal iets voor ze te bouwen. Denk aan: holle stengels/bamboestokken, een stuk hout met geboorde gaatjes, een steen met gaatjes, of een stuk klei of leem waarin ze zelf gaatjes kunnen maken. De gaatjes mogen een verschillende diameter hebben omdat er vele soorten solitaire bijen zijn. (Maskerbij Ø 2-4 mm, Metselbij Ø 3-7 mm). De gaten zijn ca. 5 tot 20 cm diep en hebben een dichte achterwand. De insecten houden van gladde wanden.

 Na de paring zoekt een wijfje een gangetje. Dat maakt ze soms eerst schoon. Dan legt ze er voedsel in. Metselbijen verzamelen nectar en stuifmeel en leggen dit in de nestgang. De Pottenbakkerswesp vangt luizen of andere kleine insecten. Deze worden verlamd maar blijven wel leven. Bij deze voedselvoorraad worden daarna de eitjes afgezet. Na elk eitje wordt het kamertje dicht gemaakt, zodat de larve rustig kan verpoppen. Ervoor komt een nieuw broedkamertje. Dan wordt het gangetje dichtgemetseld met een speeksel en klei. Als de larfjes uit hun eitje komen, hebben ze gelijk voldoende voedsel om te groeien. Aan de hand van het aantal afgesloten gaatjes kun je makkelijk volgen hoeveel bewoners dit gedeelte van het insectenhotel telt. Een insectenhotel moet altijd op een zonnige plek staan.

In de holte leggen ze een eitje, daar komt een larve uit. Die verpopt zich en daarna komt het volwassen bijtje eruit. Die kan de planten gaan bestuiven.

Alle vrouwelijke solitaire bijen kunnen steken, maar ze doen dat niet want ze hebben een heel kleine angel, die niet door de huid van een mens gaat. Mannetjes hebben geen angel. Wilde bijen steken bijna nooit omdat ze geen kolonie hoeven te verdedigen.

In dit hotel is niet alleen ruimte voor wilde solitaire bijen maar ook voor Vlinders, Groene Gaasvliegen, Oorwormen en Lieveheersbeestjes. De laatste drie zijn echte ongediertebestrijders; ze eten bladluizen en spintmijten.

De rode kleur trekt in het bijzonder de groene gaasvliegen aan. Achter dit compartiment zit fijn tarwestro, waarin ze vanaf september tot begin april kunnen overwinteren.

Op koude en natte dagen houden vlinders zich schuil. Achter het compartiment met de verticale sleuven zitten enkele twijgen waar de vlinders aan kunnen hangen als ze komen logeren.

Het compartiment met de sparrenappels is een geliefde ruimte voor oorwormen. Voor de oorwormen is er ook een ruimte gevuld met stro en houtsnippers, aangevuld met mos en vochtig plantmateriaal.